vrijdag 28 november 2014

Uitstap naar Brussel, aangeboden door De Vrienden van de Brugse Musea

Het bestuur van de Vrienden van der Brugse Musea heeft aan de vrijwilligers, waar ik deel van uit maak, een dagje Brussel aangeboden, met bezoek aan de retrospectieve ten toonstelling van Constantin Meunier in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België  en de "Schilderijen uit Siena" in BOZAR .

(zie afzonderlijk verslag/bericht)


Lunch in de  Green Kitchen, het restaurant van het BELvue, dat werkt met verse producten uit een atelier in een boerderij. Het principe: een ‘salad bar’ waar men zichzelf bedient. Alle producten zijn dagvers geselecteerd en bereid met aandacht voor evenwicht en smaak. U hebt ook keuze tussen soepen, enkele warme gerechten, broodjes en ‘wraps’ voor mensen die weinig tijd hebben.

Na de cultuur maken we nog een wandeling, o.m. 
naar de Grote Markt om er de kerstsfeer op te snuiven.













































woensdag 26 november 2014

Bezoek Oostende "De Zee" Salut d'Honneur Jan Hoet



DE ZEE - SALUT D’HONNEUR JAN HOET    

De zee is altijd een enorme inspiratiebron voor de kunsten geweest. Haar aantrekkingskracht is zonder enige twijfel toe te schrijven aan de almaar wisselende impressies. In haar oneindige schoonheid kan ze rustgevend zijn, maar in haar onvoorspelbaarheid wordt ze dan weer bedreigend. Kunstenaars zullen altijd gefascineerd blijven door haar eindeloze spel van licht, ruimte en beweging.
De Zee is een tentoonstelling die net als een golf ongrijpbaar is, uitdeint, inslaat en sporen nalaat die keer op keer gewist worden  door nieuw geweld. 


De Zee is een tentoonstelling in dialoog met Oostende, over meerdere locaties verspreid, met Mu.ZEE als vertrekpunt van deze ontdekkingstocht.











Jan Hoet zette de krijtlijnen uit voor dit evenement.  Voor hem zou dit zijn laatste grote tentoonstelling worden. Op 27 februari 2014 moesten we echter afscheid nemen van onze curator, die zich tot zijn laatste weken heeft toegelegd op het project. Zo is de tentoonstelling uitgegroeid van een eerbetoon aan de zee tot een hommage aan Jan Hoet… een met grootse gebaren en kleine verhalen, een salut d’honneur.  


In MuZee was het verboden om foto's te nemen, enkele heb ik toch kunnen vastleggen.

Jan Fabre, Sea Salt of the Fields, 1980, (schoolbord, krijt, zoutbussen en zout)
In zijn Money Performances had Jan Fabre al eerder een expliciete verbinding gemaakt tussen kunst, kunstenaar en geld, als commentaar op de kunsthandel; ditmaal vervult zout de rol van de bankbiljetten die Fabre eerder gebruikte. Met industrieel en keukenzout tekent hij de golven van de zee op het podium. En met zoutkorrels bestrooit hij de hoofden van een aantal toeschouwers; op die manier kruidt hij hun geest.


21 oktober 1980, Milwaukee, Marquette University
In zijn vroege performances en werk verwees Jan Fabre regelmatig naar Marcel Duchamp, wiens werk hij grondig bestudeerde in deze periode. Na zijn Money Performances (1979-1980) en Ilad of the Bic-Art (1980) zette Fabre met Sea-Salt of the Fields zijn meest letterlijke hommage neer aan de geestelijke vader van de readymade. Dit wordt al zichtbaar in de titel zelf (Sea-Salt-of-the-Fields / Mer-Sel-du-Champ / Mar-Cel-du-Champ).

Fabre opent de performance volgens een bekend stramien: hij schrijft een openingswoord op de grond met een aan het thema gerelateerd materiaal; deze keer is dat zout, waarmee het woord ‘Art’ op de scene verschijnt. Het zout verwijst naar Duchamps voornaam (Mar-cel/sel); de kunstenar zelf wordt hierdoor tot kunstwerk getransformeerd. Maar zout heeft ook een andere symbolische lading en betekenis: het werd lang als betaalmiddel gehanteerd, is onverbrekelijk verbonden met de zee, en het is een specerij die voeding smaak geeft en langer houdbaar maakt.


Fernand Khnopf "Près de la mer"
Eugène Boudin 'Etude pour des barques de pêche" (1861-64)


Anselm Kiefer "Die Argonaüten"




Johan Creten
"De baadsters" van Gustave Courbet.
Wim Delvoye "Nautilus"



Aansluitend bezoeken we De Grote Post, een van de locaties van dit evenement.

Aan het begin van de twintigste eeuw ving men aan met de bouw van een eerste postgebouw. Uiteindelijk zou het zo’n vijftig jaar dienstdoen, tot in 1956 op dezelfde plaats het nieuwe gebouw klaar was voor gebruik. Het is het enige overheidsgebouw dat architect Gaston Eysselinck ooit heeft ontworpen.

De bouw van De Grote Post, toen nog het PTT-RTT genaamd, liep niet op wieltjes. Er was sprake van meerdere onenigheden tussen
Eysselinck en de bouwheer. Op een gegeven moment ontzegde de bouwheer de architect definitief de toegang tot de werf. Het gebouw
werd uiteindelijk zonder zijn betrokkenheid opgeleverd. 
Het gebouw is een mooi staaltje van modernistische architectuur. De lokettenhal maakt indruk en bezit een industrieel en functioneel karakter. Op de gevel treffen we een beeldhouwwerk aan van Jozef Cantré uit 1963. Leuk weetje: op elke verdieping vinden we een verwijzing terug naar de hoogte van de verdieping ten opzichte van de zeespiegel.

In 1995 verhuisden de postdiensten naar de Slachthuiskaai. Tegenwoordig huist het cultureel centrum De Grote Post in het gebouw. Het
werk Lighthouse Keeper With Lighthouse Model (1955-2010) staat hier tentoongesteld op de derde verdieping.





Ilse d'Hollander "Matrozen van de Aurora" 1993
Het is niet dat Ilse D’Hollander in haar korte leven (1968-1997) artistiek hoge ogen heeft gegooid. Net toen haar carrière begon te floreren beroofde ze zich van het leven. Nu, postuum, wordt haar werk internationaal gewaardeerd en getoond. Tragisch en triest levensverhaal, beetje zoals dat van haar mogelijke zielsverwant Nicolas de Stael, die er ook op jonge leeftijd een einde aan maakte, en een even pure, passionele relatie met het schildersdoek onderhield. ‘A painter’s painter’ noemen ze zo iemand, verknocht aan slechts het strijken van lagen verf op canvas of papier, en met een hypergevoeligheid voor ritme, compositie en kleur. In het kader van de expo ‘De Zee – Salut d’ honneur Jan Hoet‘ kun je in De Grote Post in Oostende nog tot 19 april de drie ‘Matrozen van de Aurora’, een van D’ Hollanders zeldzame figuratieve werken, bewonderen.

donderdag 30 oktober 2014

Brugge in Oorlog tentoonstellingen




Honderd jaar na de Duitse inval in Brugge herdenkt de stad de Groote Oorlog met drie tentoonstellingen. Vanuit een historische en artistieke invalshoek wordt dit wereldconflict niet enkel in zijn Brugse context getoond maar ook in zijn internationale kader geduid.
Op het gelijkvloers van de hallen brengt Sophie De Schaepdrijver in een historische tentoonstelling het weinig bekende verhaal van een bezette stad die tegelijkertijd uitvalsbasis was voor de oorlog op zee. Ze zoomt in op het dagelijkse leven in Brugge in oorlogstijd en verruimt de blik naar de globale dimensie van de oorlog.
Op de eerste verdieping vinden twee fotografietentoonstellingen plaats: MAGNUMfotograaf Carl De Keyzer biedt een hedendaagse blik op historische foto's over de Eerste Wereldoorlog. Hij selecteerde historisch fotomateriaal uit internationale verzamelingen en maakte er grote, indrukwekkende afdrukken van.
Carl De Keyzer bracht in een tweede expo ook eigen werk samen met dat van negen collega's van het agentschap MAGNUM. Alle tien wonen ze in een land waarin WOI een grote rol speelde. Elk brengt op zijn eigen manier en vanuit zijn specifieke achtergrond het thema in beeld.
Schrijver David Van Reybrouck staat stil bij de jonge doden van toen en nu. Na vijf maanden veldwerk in de Westhoek werkte hij 'Lamento' uit, een tekstmontage over zelfdoding bij jongeren inWest-Vlaanderen vandaag. Dit vormt een aangrijpende partituur bij de oorlogsfotos van de bovenverdieping.


De dubbele rol van Brugge tijdens WO I

De rol van Brugge tijdens de Groote Oorlog is wellicht minder bekend dan die van Ieper, Poperinge of Passendale, toch is hij uniek en het vertellen waard. Brugge is immers bezet door het Duitse leger én is tegelijk uitvalsbasis voor zijn onderzeevloot.
‘Brugge in Oorlog’ is een historische tentoonstelling die inzoomt op het dagelijkse leven in het bezette Brugge, maar die ook aandacht heeft voor de internationale dimensie van de Eerste Wereldoorlog.
 Brugge, Duits militair-maritiem bolwerk
© Stadsarchief BruggeTijdens de Duitse bezetting maakt Brugge deel uit van een militair-maritiem bolwerk gevormd door de driehoek Brugge-Zeebrugge-Oostende. Daarvoor wordt de Brugse achter- en zeehaven uitgebouwd tot een duikbootzeehaven met uitkijkposten en bunkers, langeafstands- en luchtafweergeschut, prikkeldraad en elektrische versperringen, radioverbindingen en onderzeese mijnen. Het bastion dient, zo stelt curator De Schaepdrijver, als steunpunt voor een uitputtingsslag tegen de Britse bevoorrading. In de vooruitgeschoven verdedigingslijn moet het ervoor zorgen dat de Vlaamse kust niet in handen van de vijand valt en beschermt het de Heimat.

Het dagelijkse leven in bezet Brugge

In dit Marinegebiet geldt, onder de leiding van admiraal Von Schröder, een bijzonder streng militair regime dat de bewegingsvrijheid van de inwoners tot het strikte minimum beperkt. Anderzijds is de stad voor de bezetter ook een toeristisch oord en een bron van cultureel prestige.

Door de strenge Duitse regels hebben de Bruggelingen te lijden onder heel wat verbods- en gebodsbepalingen inzake de tewerkstelling aan de haven en de kustverdediging. Ook de opeisingen van etenswaren en gebruiksvoorwerpen en de inkwartiering van Duitse militairen maken hen het leven zuur.
De Brugse bevolking lijdt bovendien onder de geallieerde luchtbombardementen, bedoeld om het Duitse bolwerk te bestoken. In totaal vallen zo’n 6.000 bommen op Brugge en de randgemeenten, waarbij 126 huizen volledig vernield raken en men 125 dodelijke slachtoffers betreurt.

Brugge in oorlog’, historisch onderbouwd

Het Brugse Stadsarchief doet voor deze historische tentoonstelling een beroep op professor Sophie De Schaepdrijver als curator. Ze is een autoriteit op het vlak van de hedendaagse geschiedenis, meer bepaald die van de Groote Oorlog. Als geen ander weet ze de specifieke eigenheid en de rol van Brugge als bezette stad binnen een ruimere internationale context te situeren.

‘Brugge in oorlog’, verteld in 11 thema’s

Foto's, affiches, portretten, gebruiksvoorwerpen, uniformen en andere objecten vertellen het verhaal van een stad in oorlog, vanaf de mobilisatie van juli 1914 tot de naoorlogse herdenkingen van 1919-1920. Thema’s zijn onder meer het schaarse contact met het Belgische leger, het moeizame dagelijkse leven met daarnaast vormen van troost en 'normaliteit', verzet en collaboratie, vreugde om de bevrijding, hulde en rouw.
Kaarten, wandteksten en multimedia kaderen het geheel in een internationale context.

Het is onbegonnen werk om van de "Brugge in oorlog" tentoonstelling een fotoverslag te maken, van de tentoonstelling van Carl De Keyzer en David Van Reybrouck heb ik wel foto's gemaakt. 

Carl De Keyzer en David Van Reybrouck

Aan beide zijden van het front gaan fotografen op pad om het soldatenleven, de gruwel en de verwoestingen vast te leggen. Veel van die beelden bleven bewaard. Magnumfotograaf Carl De Keyzer haalt deze stille, soms vergeten getuigen van onder het stof. Hij scant ze in, bewerkt en presenteert ze met een hedendaagse blik.
Carl De Keyzer scant de historische glasnegatieven in en bewerkt ze voor een zo zuiver mogelijke fotografische weergave. Die bewerking maakt de foto’s actueler, waardoor de kloof naar 1914 verkleint en de Eerste Wereldoorlog akelig dichtbij komt. Hij brengt met ‘Oorlog in Beeld’ geen fotografisch overzicht, maar stelt de oorlogsfotograaf centraal. Wat wilde hij tonen? Wat is de visie achter zijn beeld? Hoe had hij vandaag zijn foto’s willen tentoonstellen of verspreiden?



Magnumfotografie tentoonstelling

Magnumfotograaf Carl De Keyzer presenteert in een tweede expo naast eigen werk ook dat van negen buitenlandse collega’s. Ze brengen, op hun eigen manier en vanuit hun specifieke achtergrond, het thema oorlog in beeld. Oorlog is en blijft immers een wereldwijd en tijdloos fenomeen.
Carl De Keyzer nodigde negen collega’s van het prestigieuze fotoagentschap Magnum uit om samen te werken rond de Eerste Wereldoorlog. Ze geven elk hun visie op die oorlog, zijn herdenking en de zichtbare sporen ervan in hun thuisland, dat er eveneens in betrokken was en gaan na hoe de wereld hem vandaag memoreert.
Antoine D'Agata bijvoorbeeld reed het hele Franse front af om na de 800 kilometer tussen de Westhoek en Zwitserland vast te stellen: 'Er valt niets meer te documenteren.' Carl De Keyzer op zijn beurt trok naar Ieper en toont ons vooral de onmogelijkheid om te herdenken. Trent Parke legde The Avenue of Honour in het Australische Ballarat vast, waar thuisblijvers duizenden bomen plantten voor iedere soldaat die naar het front in het verre Europa vertrok.





 









 






Belgische families bezoeken de loopgraven (Passendale)
Belgische wielrenners en een Duitse re-enactor
(Tyne Cot, Passendale)









Gallipoli, veld met klaprozen
(Gallipoli Peninsula National Parks Museum, Turkije)

Eceabat oorlogsmonument ter nagedachtenis aan de slag om Gallipoli en de overwinning van de Turkse strijdkrachten als een van de belangrijkste zeges van de Eerste WO.  Respect to History Park, Gallipoli 
Graven van 1320 Servische soldaten.
Begraafplaats van Bulowski, Bitola, FYRO-Macedonie.


Turkse legerofficiers. Eceabat oorlogsmonument ter nagedachtenis aan de slag om Gallipoli en de overwinning van de Turkse strijdkrachten als een van de belangrijkste zeges van de Eerste WO.  Respect to History Park, Gallipoli 


 




Bill Hampton, stiefkleinzoon van codespreker Ben Hampton, Anters OK
Bobbi Sharp, achterkleindochter van codespreker Ben Carterby, Divide Community OK




Wayland Bruce Frazier, kleinzoon van codespreker Tobias Frazier















Vrouwen controleren wapens,Saint-Etienne 1918
Vrouwen aan het lassen, Saint-Etienne 1918

Training van de cavalarie, Aisne, 1917
Amerikaans Ziekenhuis, Oise 1917
Autopsie op een paard, Somme, 1914
Een barbier aan het werk
De artillerie steekt de rivier over, Oise 1917
Voer voor de paarden van de cavalerie, Souchez, Pas-de-Calais, 1915
Een sprong voorwaarts, Somme, 1914




Soldaten wassen zich bij een plas, plaats en datum onbekend (Jean-Baptiste Tournassoud)













Senegalese soldaten, Saint-Ulrich, Elzas (Paul Castelnau)

Maurice en Robert Antony
Dode Duitsers, Merkem 19 april 1918
Zuidportaal van de Sint-Maartenskerk, Ieper, 15 september 1919
Duitse gevangenen, Veurne, 12 maart 1918
Vervoer van gewonden, Luigem, 28 september 1918
Bij de Lakenhallen, Ieper, 2 oktober 1919
Oorlogsinvalide Henri Duprez verkoopt souvenirs, Ieper; 3 september 1921


Gestrande Duitse onderzeeër, Wissant, 1917

Verdwaalde Duitse zeppelin, bourbons-les-Bains, oktober 1917




Ieper, 1918 (fotograaf René Matton)



Brugge, 1918
Oudenaarde, 1918
Brussel 1918
Doornik, 1918

Vottem

Jean Geusens
Jean Geusens is de eerste Hamontenaar die sneuvelt in Vottem in de nacht van 5 op 6 augustus 1914. Hij is een van de 22 Belgen die gedood worden als hun groep onverwacht uitkomt bij Duitse soldaten die direct het vuur openen. Commandant Van Loo sterft als een van de eersten in een vuurgevecht waarbij 22 Belgen en 11 Duitsers het leven verliezen. Na het vuurgevecht neemt pastoor Crèvecoeur het initiatief om alle gesneuvelde soldaten in de parochiezaal te verzamelen. Daar worden de dode soldaten gefotografeerd door meneer Lajot. 





Op de meeste foto’s zie je duidelijk dat iemand met de hand het hoofd van de dode soldaat recht houdt. Vaak hebben deze helpers op de achtergrond een sigaret in de mondhoeken, waarschijnlijk om de geur van de lijken te verdoezelen. De inwoners van Vottem begroeven de soldaten gescheiden volgens nationaliteit. De foto’s werden later nog gebruikt om de soldaten te identificeren. 












Daarna verdwijnen de foto’s decennialang. 
Tot een Nederlands echtpaar de foto’s koopt op een vlooienmarkt. Dit echtpaar brengt de foto’s onder in het “In Flanders Fields” museum in Ieper.



De Oorlog vandaag in de Westhoek

David Van Reybrouck benadert de geselecteerde beelden en de emoties die ze oproepen op zijn manier: hij schrijft niet over de Eerste Wereldoorlog als dusdanig, maar over onze omgang met die oorlog. 

Daarvoor ging hij zelfs vijf maanden in de Westhoek wonen om er als een etnograaf veldwerk te verrichten. In hoeverre leeft de oorlog nog verder bij de huidige bevolking? “ ‘t Is den oorlog da j’ hier were vindt”, zong Willem Vermandere lang geleden. Ja, maar in welke vorm? 

Van Reybrouck legde zijn oor te luisteren, urenlang, en verzamelde stemmen uit een donker West-Vlaanderen, hij had vooral  aandacht voor het hoge zelfdodingcijfer in de zwaar door de oorlog getroffen Westhoek. Dit is zeer interessant maar kan zeker zeer precair en emotioneel schokkend zijn, in de eerste plaats voor de jeugd maar ook voor volwassenen 
OORLOG IN BEELD brengt beelden uit de Eerste Wereldoorlog samen met getuigenissen over zelfdoding vandaag. Die confrontatie kan heftige emoties oproepen.